Milan en Simon, zijn vader, bewegen zich graag door de buurt. Op de kaart laat Milan een activiteit zien die voor hem van betekenis is. Het is een activiteit die hij zelf bedacht. Wanneer het stormt en het hard waait en regent maken ze een opstelling van een zeil dat tussen vier bomen wordt gespannen in het Westerpark waar je onder kan zitten. Het zeil draagt het geweld over van de natuur in geluid en beweging. “Het klinkt als vuurwerk”.
Milan zou zijn enthousiasme hierover graag delen met andere kinderen, maar het is voor Milan lastig contact te maken met kinderen uit de buurt. Hij gaat zelf naar een speciale school in Amsterdam Zuid. Kinderen uit de buurt kan hij daardoor alleen buiten school ontmoeten. Milan heeft voordat hij niet meer kon lopen, zo veel mogelijk straten in Amsterdam bewandeld. Zo wilde hij zo veel mogelijk zien, voordat hij minder zou mobiel zou worden. Kleiner lijkt zijn wereld echter niet geworden.
Simon is een echte verbinder. Zo helpt hij iemand die hij net heeft ontmoet bij Hoodlab aan een potentiële werkgever op het gebied van tatoeëren. Hij spendeert veel tijd zijn met zoon. Ze hebben een bijzondere band en staan open voor de wereld om hen heen. Meer activiteit en ontmoeting rondom het Van Beuningenplein zou voor hen waardevol zijn. Iets creatiefs of muzikaals.
Selma wordt “mama” of “buurvrouw” genoemd. Ze woont al sinds 1994 in de buurt. Almere beviel haar niet. Het zijn wel oude woningen van voor de oorlogsjaren vertelt ze. Ze moest het opknappen. In de buurt zijn veel kinderen en vooral ouderen die er nog langer wonen. De afgelopen jaren is de buurt veel veranderd. Het is een komen en gaan van mensen. De “kleine” kinderen zijn groot geworden. Er komen nieuwe kinderen voor terug. Haar eigen kinderen zijn hier opgegroeid, ze konden niet wennen in Almere. De kids zijn nu uit huis.